Om de herkomst van het woord ‘dweilorkest’ te achterhalen moeten we ver terug in de tijd. Hiervoor moeten we terug naar de vroege middeleeuwen. Het West-Romeinse Rijk was net gevallen. De bevolking was verdeeld in verschillende standen. Drie om precies te zijn: geestelijkheid, adel en de boeren. Oftewel zij die bidden, zij die vechten en zij die ploegen. Door geboorte werd bepaald tot welke stand je behoorde. Alleen door geestelijke te worden kon je in een andere stand stappen. Geld, voor zover er nog geld was, was schaars. Alleen de rijke, adellijke kasteelheren hadden nog geld en leefden veilig in hun kastelen. Het gewone volk had niks. Armoe troef dus. Wie geluk had kon zijn eigen groente verbouwen. Of kippen en/of varkens houden. Of koeien voor de melk en uiteindelijk het vlees. Via ruilhandel kon je dan overleven.

De vergeten stand: muzikanten

Tot zover, de standen en de overduidelijk slechte staat van de economie in heel Europa. Maar hoe zit het dan met de groep mensen die niet tot konden ploegen met hun gevoelige handen? De mensen die niet konden vechten met hun zwakke fysieke gesteldheid. En die met hun slechte geheugen geen gebed konden voordragen. Die groep mensen werd vaak vergeten en je zult ze dus niet snel in de geschiedenisboeken tegenkomen. Als ze al werden afgebeeld op schilderijen, dan stond ze vaak op de achtergrond of in een hoekje afgebeeld. Wat deed die groep mensen om rond te komen? Hoe kwam deze groep mensen aan eten? Deze mensen kun je globaal opsplitsen in twee groepen: in criminelen en in muzikanten. De eerste groep laat ik even voor wat het is. Wij focussen ons even op de muzikanten. Nou moet ik wel zeggen dat het woord ‘muzikanten’ niet te letterlijk genomen moet worden. Er kwam weinig muziek aan te pas. Deze mensen waren veelal analfabeet, zoals zoveel mensen in middeleeuwen. Alleen als je van adel was of als geestelijke leerde je lezen. Noten lezen was ook een brug te ver.

Dweilorkesten toeren door Europa

Hoe kom je nou als, laten we het beestje gewoon bij zijn naam noemen, slechte muzikant toch aan je eten, drinken en onderkomen? Juist, je gaat je organiseren. Je gaat groepen vormen. Het is een algemeen gegeven: samen sta je sterk. Of in ieder geval, sterker. Deze georganiseerde groepen van muzikanten trokken door Europa van stad naar stad. Van dorp naar dorp. In de dorpen waren zij best wel geliefd. Het gewone volk kon vaak wel een verzetje gebruiken. Even uit die dagelijkse sleur. En eerlijk gezegd was het volk gewoon blij met elke vorm van afleiding. Geen plunderende, rivaliserende stammen die langs kwamen. Geen terroriserende hordes die flink huishielden. Nee, dan liever gewoon een groep over het algemeen vriendelijke mannen en vrouwen over de vloer. Ook al kunnen ze geen noot lezen of fatsoenlijk toon houden. Puur vermaak. Neigend zelfs naar leedvermaak. En het gewone volk smulde ervan.

Wat maakt het dan een dweilorkest?

Hoewel het gewone volk ervan smulde en deze orkesten verwelkomde, ging dat bij de adel wel even anders. De adel was namelijk meer gewend. Was beter gewend. Even voor de duidelijkheid: kasteelheren hadden vaak al een eigen huisorkest. Hun eigen, vaste groep muzikanten waar ze van genoten tijdens hun wekelijks bacchanaal. De rondtrekkende orkesten waar wij het over hebben in dit artikel waren vaak het tegenovergestelde van deze huisorkesten. Maar, omdat zelfs iemand van adel wel eens iets anders wil horen, kregen de rondtrekkende orkesten soms een kans om aan het hof op te treden. Wie aan het hof wilde kunnen spelen, moest echter eerst het hof bereiken. Anders gezegd, je moest eerst de Blind Auditions, de Battles en de Knock-outs overleven om de liveshows te bereiken. Daarvoor moet je eerst door de omringende dorpen. Dat was meestal niet zo moeilijk, want het gewone volk in die dorpen smulde van deze orkesten. Daarna kwamen ze binnen de kasteelmuren terecht. Ook daar woonden grotendeels gewone mensen die best toe waren aan een beetje vermaak. Al spelend op hun emmers, potten en pannen trok zo’n orkest door de straten rondom het kasteel, richting het hof. Soms speelde er iemand op een gevonden luit of gestolen trompet. Die liepen dan voorop. Terwijl ze zich een weg baanden door de straten, trokken ze veel bekijks van de bewoners. Het volk wist wat er ging komen en volgde het orkest op de voet. Vreemd genoeg namen de mensen vaak huishoudelijke voorwerpen mee, zoals dweilen en oude vodden.

De liveshows aan het hof

Als een soort rattenvanger van Hamelen kwamen de orkesten met een grote stoet omwonenden aan bij het hof. De vraag was dan of de muziek in de smaak viel bij de kasteelheer. Vaker niet dan wel. Viel het niet in de smaak? Dan was het volk aan de beurt. En dat wisten ze. Ze hadden niet voor niets hun natte dweilen en oude vodden meegenomen. Zodra de duim van de kasteelheer naar beneden wees, ging het volk los. Ze konden doen waar ze gekomen waren. De dweilen werden van de stokken gehaald en nog even extra nat gemaakt. Dit ‘nat maken’ kon op verschillende manieren. Was er geen regenwater in de buurt, dan werd er gewoon openlijk overheen geplast. Deze natte dweilen werden vervolgens richting het falende orkest gegooid. Terwijl ze achtervolgd werden door de menigte, rende het orkest vervolgens door de straten zoekend naar de kasteelpoort. Als je als orkest gelukt had, dan waren de straten overzichtelijk en kon je in een rechte lijn de kasteelpoort vinden. Had je pech, dan moest je je weg terug zien te vinden door kronkelende, smalle steegjes. Wanhopig op zoek naar de poort, de uitgang. Ondertussen werden ze voortdurend met stinkende, natte dweilen. Ze werden dus ‘afgedweild’. En zo kregen deze orkesten de naam ‘dweilorkest’. Een ware geuzennaam.

Dweilorkest anno nu

Tegenwoordig kennen we dweilorkesten als orkesten die langs de kant van sportwedstrijden staan. Zoals bijvoorbeeld bij het schaatsen in Thialf. Ook tijdens de carnaval zijn dweilorkesten graag geziene gangmakers. Gelukkig klinken ze tegenwoordig beter dan in de middeleeuwen. Alhoewel… smaken verschillen.

###
Disclaimer:
Uiteraard is bovenstaande uitleg verzonnen. Het woord ‘dweil’ in dweilorkesten komt van de term ‘dweilen’, in de zin van ‘doelloos, dan wel dronken, op straat rondzwerven’. In Brabant, en in mindere mate Limburg, is (of vaker, was) het gebruikelijk om tijdens carnaval van café naar café te ‘dweilen’, dit gebeurde onder begeleiding van kleine carnavalskapellen die voor de muziek zorgden. Zo ontstonden al snel de termen ‘dweilband’ en ‘dweilorkest’. (bron: Wikipedia)